Een nieuwbouwtuin is meestal een rechthoek zand met een schutting eromheen. De verleiding is groot om meteen naar het tuincentrum te rijden en te kopen wat er mooi bij staat. Wie een paar jaar verder kijkt, doet er beter aan om eerst te bepalen waar de zon staat, waar de schaduw komt en hoe groot alles wordt. Dat scheelt later een hoop snoeiwerk en een hoop planten die op de verkeerde plek staan.

Zon en schaduw bepalen alles

Voordat je één plant koopt, is het verstandig om de tuin een seizoen lang te observeren, of anders op tekening uit te rekenen. Waar valt in juni om acht uur ’s ochtends licht, en waar om zes uur ’s avonds? Welk deel van de tuin ligt in november nog de hele dag in de schaduw van het huis? Bij nieuwbouw kun je dit vooraf redelijk goed inschatten, omdat de hoogte van de woning en de oriëntatie van de kavel bekend zijn.

Die informatie bepaalt meer dan de plantkeuze alleen. Ze bepaalt waar het terras logisch ligt, waar je gras nog een beetje wil laten groeien en welke hoek zich leent voor schaduwminnende beplanting. Een terras op het noorden pal tegen de gevel klinkt praktisch, maar wordt in de zomer zelden gebruikt.

Denk in eindmaat, niet in potmaat

De meest gemaakte fout in nieuwe tuinen is te dicht planten. In de winkel staat alles in een pot van dertig centimeter en lijkt de afstand ruim. Vier jaar later staat het tegen elkaar aan te dringen, komt er onderin geen licht meer en ben je bezig met correctiesnoei die de plant niet mooier maakt.

Kies daarom op basis van de eindmaat en accepteer dat een nieuwe tuin de eerste jaren wat leeg oogt. Wil je die leegte overbruggen, gebruik dan vaste planten of eenjarigen als tijdelijke vulling tussen de heesters. Die haal je er zonder spijt weer uit als de rest zijn ruimte nodig heeft.

Let ook op wat er onder de grond gebeurt. Een berk of wilg dicht bij de gevel of boven een leidingtracé is een keuze waar je later last van krijgt. Bij nieuwbouw ligt bovendien vaak nog bouwzand of verdicht grond in de ondergrond, wat wortelgroei bemoeilijkt. Het loont om de grond eerst te verbeteren voordat er iets in gaat.

Het huis en de tuin horen bij hetzelfde plan

De positie van de achterdeur, de plek van de schuifpui, de hoogte van het terras ten opzichte van de vloer en de plek van de buitenkraan zijn allemaal bouwkundige beslissingen die je tuin sturen. Ze worden alleen genomen in een fase waarin de meeste mensen nog helemaal niet aan beplanting denken.

Wie op dat moment nog aan de plattegrond kan schuiven, bijvoorbeeld via een woning configurator waarin indeling en aanbouw te variëren zijn, kan de tuin meteen meenemen in de afweging. Een aanbouw die twee meter minder diep is, kan een tuin een compleet ander karakter geven, en dat is achteraf niet meer te herstellen.

Onderhoud is een keuze vooraf

Hoeveel werk een tuin kost, wordt grotendeels bepaald op het moment dat je hem ontwerpt. Een strakke haag over de volle breedte betekent meerdere keren per jaar knippen op precies het juiste moment. Een border met vaste planten vraagt één grote beurt in het late najaar of vroege voorjaar. Fruitbomen vragen jaarlijks aandacht, maar in ruil voor iets tastbaars.

Wees eerlijk over hoeveel tijd je erin wilt steken. Een tuin die is ontworpen op vier uur onderhoud per maand terwijl je er één uur voor hebt, ziet er na twee jaar slechter uit dan een eenvoudiger tuin die wel bijgehouden wordt.

Een volgorde die werkt

Bepaal eerst de vaste elementen: terras, pad, berging, en waar de schaduw valt. Plaats daarna de bomen en grote heesters, want die bepalen de structuur en zijn het lastigst te verplaatsen. Vul vervolgens de borders en leg als laatste het gazon aan, zodat je er niet twee jaar overheen loopt te sjouwen met kruiwagens.

Zo’n volgorde klinkt saai, maar hij voorkomt het meest voorkomende scenario: een tuin die in het derde jaar volledig op de schop moet omdat de eerste aanplant nergens paste.